Sociale Wijkteams: “Zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig”

pubersSinds enkele maanden help ik een gemeente met de vorming en organisatie van een Sociaal Wijkteam dat sindsdien is gegroeid van vier naar tien medewerkers.

Gemeenten werken zich een slag in de rondte om alle grote veranderingen in de wetgeving rond de zorg voor elkaar te krijgen. Ze hebben allen te maken met een grote zorgvraag die op hen afkomt en waarbij de totale omvang van de problematiek nog niet in beeld is. En daarbij gaat het niet alleen om huishoudelijke hulp of ondersteuning, maar om een enorm breed en complex geheel wat voorheen was ondergebracht bij de AWBZ, de Jeugdzorg en de WWB. GGZ, LVG, PGB, WMO, OTS, BW, de sector grossiert in afkortingen en alles is op de schop gegaan. Met man en macht werken wij aan de nieuwe aanpak en uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Het vraagt nieuwe ict oplossingen voor registratie en rapportage, aanpassingen van de financiële afhandeling, nieuwe afspraken met partners in de zorg, nieuwe kennis en deskundigheid en een nieuwe beslisstructuur en mandatering om de uitvoerende teams te faciliteren. Ondertussen is de winkel open, neemt de bekendheid toe en daarmee groeit de toestroom van hulpvragers.

Om de zorgkosten te drukken is vanuit de landelijke politiek de participatiesamenleving bedacht. Iedereen doet mee, maar ook iedereen helpt mee om het voor anderen mogelijk te maken. Wat jaren lang geïndividualiseerd was moet nu weer sociaal opgepakt worden, waarbij we zorgen voor elkaar en samen verantwoordelijk zijn voor het geheel. Een mooie gedachte, vanuit het nabuurschap ofwel noaberschap, afkomstig uit Twente en de Achterhoek waar de boeren gemeenschappen echt op elkaar aangewezen waren. Maar past dit wel in onze moderne steden waar we niet eens weten wie onze buren zijn? Kunnen we dit wel opbrengen voor elkaar en kan het opgelegd worden?

De politiek wenst eerst te kijken naar wat mensen zelf nog kunnen voordat men in aanmerking komt voor aanvullende ondersteuning. In de ‘keukentafelgesprekken’ van de Sociale Wijkteams gaat het daarom vooral om de Eigen Kracht en die van het eigen netwerk te benutten. Natuurlijk zijn wij veel te lang gepamperd geweest vanuit de gedachte dat we er recht op hadden. Het maakt afhankelijk en afwachtend. Bovendien is er niks lastiger dan hulp vragen. Dat herken ik uit eigen ervaring. Ook ik heb er lang over gedaan voor ik ontdekte dat anderen het leuk vonden om me te helpen. En het is goed dat we gewezen worden op een eigen verantwoordelijkheid, voor je eigen gezondheid en voor je netwerk.

Maar er is ook nog een andere kant. Er zijn situaties waar eigen kracht niet werkt en waar het juist gaat om snel ingrijpen om erger te voorkomen. Zwakke gezinnen bevinden zich relatief vaak in een zwakke omgeving, met een zwak sociaal netwerk. In een omgeving waarin buren de handen vol hebben aan hun eigen sores en waar de veerkracht in de familie ontbreekt. Er zijn steden in Nederland met wijken vol gezinnen die in armoede leven en door stapeling van problemen door hun hoeven zakken. Situaties waar in één gezin kinderen verwaarloosd of mishandeld worden, waar verslaving, schulden en criminaliteit spelen. De kranten staan er vol van als het in een gezinsdrama weer is ontspoord. Gemiddeld sterft in Nederland een kind per week aan de gevolgen ervan. Kom in deze gezinnen niet met Eigen Kracht eerst. Wijkteammedewerkers doen juist hun uiterste best om deze gezinnen te motiveren tot hulp om te voorkomen dat de kinderen onder toezicht of uit huis geplaatst moeten worden.

Het is funest als gemeenten komend jaar gedwongen worden door verdere bezuinigingen in de zorg deze gezinnen aan hun lot over te laten. Vertrouw niet op de toevallige oma of buurvrouw die wel even op de kinderen kan passen. Deze gezinnen hebben langdurige professionele ondersteuning nodig. De zorg in Nederland moet goedkoper, lichter en korter met Eigen Kracht daar waar het kan, maar met directe professionele zorg daar waar het moet.

Zo licht als mogelijk, maar wel zo zwaar als nodig!