Thuis komen

De LeemkuilSinds 1 april werk ik in Wageningen, de stad waar ik gestudeerd heb, waar mijn oudste is geboren en waar ik me nog steeds thuis voel. Dagelijks rijd ik op en neer tussen Lelystad en Wageningen, een afstand van ruim een uur en in de spits iets meer, ruim de tijd voor wat mijmeringen en reflectie.

In de Volkskrant lees ik: Groeten uit… Heumensoord, Lelystad, Wageningen, Arnhem en wat volgt er nog meer? Een boeiende serie portretten van wat je allemaal meemaakt in de Nederlandse asielopvang door de ogen van de Syrische Palestijn Mohannad en zijn familie, opgetekend door Jeroen Visser en Anneke Stoffelen. Verhalen die raken. Vooral door het zinloze gesleep van locatie naar locatie wat het gevoel van ontheemd zijn verder versterkt. Naar aanleiding van de verhuizing van het gezin van Lelystad naar Wageningen neem ik contact op met een actieve vrijwilligster die in Lelystad met hem samen werkte. Via haar kom ik in contact met het gezin.

Op een mooie middag rijd ik naar het AZC de Leemkuil, een prachtig historisch pand uit 1909 in de bossen, 7 km van het centrum van Wageningen. Ooit was dit het herstellingsoord “Willen is kunnen” voor ambtenaren uit Amsterdam. Vanaf 1991 is het in gebruik als AZC. Meer dan 20 jaar geleden, in 1993 werkte ik er voor Vluchtelingenwerk en begeleide ik alleenstaande minderjarige asielzoekers op hun interview (gehoor) met de IND. Er lijkt weinig veranderd in al die jaren.

Het asielzoekerscentrum van Wageningen is nu een POL: een proces opvang locatie. Het idee is dat asielzoekers daar twee weken wonen, voordat ze aan de asielprocedure beginnen. Dat heet de “rust- en voorbereidingstermijn”. Elke dag komt er een bus met nieuwe bewoners en vertrekt er een bus met mensen die lang genoeg hebben gerust en voorbereidt. De meeste vluchtelingen die hier komen hebben echter al meer van Nederland gezien dan de gemiddelde Hollander en zijn na hun zoveelste opvanglocatie ver van de beoogde rust.

Mohannad staat aan het hek me op te wachten en stelt zijn familie aan me voor. Zijn vrouw, de zussen van zijn vrouw, het dochtertje van zijn zus en zijn eigen zoontjes. Ook zijn schoonmoeder zit me glimlachend aan te kijken. Haar ogen verraden een uitgebluste vermoeidheid. De kinderen zijn sinds hun verhuizing naar Wageningen niet meer naar school geweest en missen hun vriendjes in Lelystad. Ook in Nijmegen hadden ze vrienden gemaakt, die ze achter moesten laten.

Sommigen zijn samen  op de vlucht geraakt en worden door de verhuizingen uit elkaar gerukt, zoals de twee minderjarige jongens die samen in Lelystad onderdak hadden. “Op transfer” noemen ze dat. In Wageningen worden elke avond de namen genoemd van de mensen die de volgende ochtend op transfer gaan. Daarom pakken ze hun koffers maar niet meer uit. Mohannad geeft me al zijn verzamelde nieuwe bezittingen mee om te bewaren tot ze een vaste verblijfplaats krijgen toegewezen. Voor het transfer naar de volgende locatie krijgt hij namelijk alleen een dagkaart van de NS, maar het dichtstbijzijnde treinstation is in Ede, kilometers van het AZC vandaan. Er gaat geen bus…. Mij ontgaat de logica van al die verhuizingen en al dat ‘rondpompen’ van vluchtelingen

Met een auto vol met spullen rijd ik terug naar Lelystad, in gedachten bij al die mensen zonder thuis. De woorden van Mohannad klinken nog door in mijn hoofd: “Ik ben geboren als vluchteling. Daarom wil ik graag dat mijn kinderen ergens wonen wat ze hun thuis kunnen noemen.” Wat gun ik hem en zijn familie en vooral zijn kinderen een plek in Lelystad, Wageningen of elders in Nederland, waar ze naar school kunnen gaan en vriendjes kunnen maken, waar ze zich kunnen hechten en verbinden, waar ze thuis kunnen komen!