Tijd voor ontmoeting

tijd voor ontmoeting in de wijkzorg

Ruim vijftig zorgbedrijven luiden de noodklok in een open brief aan de gemeenten naar aanleiding van het dreigende massaontslag bij TSN Thuiszorg. Er wordt gesproken van een ‘gapend gat’ tussen de cao contracten van thuishulpen en de tarieven die nu geboden worden.

Als interim hoofd voor wijkzorg van een grote woon-zorg organisatie ondervind ik momenteel dagelijks de gevolgen van de krappe financiering en bezuinigingen. De wijkzorg draait verlies terwijl ik weinig branches ken waar zo hard wordt gewerkt.

Het is moeilijk om aan goed geschoold personeel te komen terwijl de laaggeschoolde banen verdwijnen onder druk van aangescherpte eisen van de zorgverzekeraar. Zij kunnen zich voegen bij alle thuiszorgmedewerkers die op straat komen te staan. De persoonlijke drama’s van deze mensen met minimale kansen op de arbeidsmarkt gaan me aan het hart. En tegelijk zullen de kosten van de zorg door de hoger gekwalificeerde verpleegkundigen verder oplopen. Een wurggreep waaruit niet te ontsnappen valt.

In een poging om financieel gezond te worden, is alle franje eruit geperst. De (overwegend) vrouwen gaan op oude fietsen door weer en wind naar de mensen toe om ze te helpen met wassen, aankleden, eten, medicijnen, wondverzorging, etc.  De nachtdienst is vervangen door een bereikbaarheidsdienst (ja, bij nood komen ze nog steeds). Door capaciteitsgebrek worden voortdurend overuren geschreven en worden vakanties vergeten op te nemen. Zelfs het praatje met de cliënt komt onder druk. De rek is eruit. En dat merken we.

Binnen het team van wijkzorg heeft ieder zijn taken en verantwoordelijkheden en d.m.v. zelforganisatie doen ze samen wat gedaan moet worden. Dit is best lastig in een team waarbij de passie vooral bij de uitvoering ligt, bij de daadwerkelijke zorg aan de klant. Cliënten komen eerst. Maar zorgdossiers moeten bijgehouden worden, voorraden beheerd, verslagen geschreven, enz. Sommigen voelen zich meer verantwoordelijk dan anderen. Dat levert spanningen op. In een omgeving gericht op harmonie en zorg worden confrontaties vermijd. Teambijeenkomsten waarin dingen bespreekbaar gemaakt worden, creëren de zo nodige verbinding en teamgeest. Echter, dit zijn allemaal extra ‘improductieve’ uren die niet vergoed worden. Toch is het zo belangrijk om hierin te investeren. Ik merk na 2 maanden een echte kentering in de samenwerking door meer aandacht en tijd voor elkaar.

Dat is ook wat de cliënten zo graag willen, aandacht en tijd, omdat ze vereenzaamd zijn en minder mobiel. Eenzaamheid is een volksziekte in een land waarin men te druk is met zichzelf om zich om elkaar te bekommeren. Deze leemte kan niet door de zorg ingevuld worden, zij leveren zorg, zeker nu de tarieven zo sterk onder druk staan. Maar wel door een omgeving waarin men voor elkaar klaar staat. Hoopvol zijn nieuwe initiatieven, zoals Vraag Elkaar, die een platform bieden waarin mensen die iets voor een ander willen betekenen elkaar kunnen vinden, waar vraag en aanbod gekoppeld kunnen worden. Het platform is zowel online als offline te bezoeken, in het zogenaamde Vraag-elkaar-café.  Op 7 december a.s  zullen er weer veel mensen blij gemaakt worden met nieuwe verbindingen.

De vele vrijwilligers die dagelijks de handen uit de mouwen steken om anderen blij te maken kunnen en moeten echter niet de zorg leveren die door professionals geleverd wordt. Hiervoor is de overheid verantwoordelijk. Het is duidelijk dat de overheid hierin haar verantwoordelijkheid moet nemen om voor deze zorg ook een normale prijs te betalen.